Go to the next, last chapter, overview.

1. Doelstelling

Er is een overtuigend bewijs voor het vrijgeven en detecteren van feromonen bij Collembola. Aggregatieferomonen worden geproduceerd door verschillende soorten. De hoofdfunctie van aggregatieferomonen is het aantrekken van de andere sexe (Joosse en Bauer, 1978). Bijkomend voordeel is het promoten van aggregatie bij rijke voedselbronnen. Dicht geaggregeerde springstaarten creëren als het ware een eigen microklimaat en zijn zo minder onderhevig aan uitdroging (Hopkin, 1997).

In deze thesis worden een aantal soorten getest of ze aggregeren of niet en in welke mate ze dit doen.

Hoe sterker de springstaarten geaggregeerd voorkomen, hoe kwetsbaarder zij zich eigenlijk opstellen ten opzichte van hun predator. De predator moet maar één prooi weten te vinden om daar meerdere potentiële slachtoffers aan te treffen. Pseudoschorpioenen zijn in staat de concentratiegradiënt van de aggregatieferomonen waar te nemen, welke hen zal leiden naar hun prooi (Schlegel en Bauer, 1994). Het voornaamste verdedigingsmiddel bij de collembolen is hun springvork, doch sommige soorten vertonen een reductie van dit springorgaan. Deze springstaarten ontwikkelen andere verdedigingsmiddelen. Een aantal soorten Collembola (Onychiurus, als best gekende vertegenwoordiger) zouden een ‘alarmferomoon’ produceren dat zowel de soortgenoten zou waarschuwen als de predator afschrikken. Dit ‘alarmferomoon’ wordt uitgescheiden via zogenaamde pseudocelli.

Hebben andere soorten, behorende tot de familie Hypogastruridae en Brachystomellidae, die geen goed ontwikkelde furca bezitten, een gelijkaardig verdedigingsmiddel ontwikkeld als de Onychiuridae? In hoeverre kunnen we spreken van de aanwezigheid van een alarmferomoon, of is wondsignalisatie eerder het geval? En welke invloed heeft zo een alarmvloeistof op de predator?

Via enkele experimenten wordt aangetoond of de collembolen al dan niet reageren op het ‘alarmferomoon’, vrijgekomen na prikken van de dieren. De reactie van de predator wordt geobserveerd als hij een springstaart van de betreffende families vangt en verorbert.

Met de gaschromatograaf wordt getracht al dan niet een alarmferomoon of afschrikkende stof aan te tonen. Via de Scanning Elektronenmicroscoop wordt gezocht naar ‘pseudocelli-achtige’ structuren of ongewone structuren in de cuticula, welke kunnen instaan voor het uitscheiden van een alarmvloeistof.


Go to the next, last chapter, overview.