Go to the first, previous, next, last chapter, overview.

6. Samenvatting

Sterk aggregerende Collembola stellen zich zeer kwetsbaar op ten opzichte van hun predator. Springstaarten met een goed ontwikkelde springstaart, kunnen gemakkelijk ontsnappen. Toch zijn er veel species met een gereduceerde furca. Deze springstaarten moeten een andere strategie ontwikkelen om aan hun belagers te ontsnappen. Onychiurus, bijvoorbeeld, heeft pseudocelli ontwikkeld, die een stof uitscheiden wanneer ze geïrriteerd worden. Deze stof werkt alarmerend voor de soortgenoten en afschrikwekkend voor aanvallers.

Het uitgangspunt van deze thesis is hoe andere aggregerende species met een gereduceerde springorgaan zich beschermen tegen hun vijanden en of zij gelijkaardige structuren als Onychiurus ontwikkelen.

Vooreerst werden een aantal soorten verzameld met gereduceerde springvork, nl. Xenylla humicola, Brachystomella parvula en Ceratophysella gibbosa. Deze collembolen werden getest op de mate van aggregatie. Waarna er werd nagegaan of de springstaarten reageren op de zogenoemde alarmvloeistof. Deze alarmvloeistof is de haemolymfe afkomstig van geprikte dieren.

De reactie van een predator (Pelecopsis memoralis) op de verschillende species wordt geobserveerd.

Via de elektronenmicroscoop wordt er gezocht naar ‘pseudocelli’-achtige structuren in de cuticula. Door gaschromatografische analyse wordt getracht al dan niet een alarmferomoon aan te tonen.

Xenylla humicola, Brachystomella parvula en Ceratophysella gibbosa worden beschouwd als aggregerende species. De alarmvloeistof lokt, een op het eerste zicht, alarmerende reactie van de Collembola uit, welke niet soortspecifiek is. Er worden met de elektronenmicroscoop ‘kale’ plekken op het lichaam van de betreffende springstaarten gevonden. De gaschromatografische analyse levert niets speciaals op, er is sprake van eenvoudige wondsignalisatie bij de dieren. Hoewel de predator mogelijk afgeschrikt wordt door een chemische stof van de collembol.

Summary

Strong aggregating Collembola are very vulnerable with regard to their predator. Springtales with a well developed springtale, can easily escape from them. Still there are many species with a reduced furca. These springtales have to develop a new strategy to escape from their attacker. Onychiurus, for example, has developed pseudocelli, which secrete a substance, when they are irritated. The substance has an alarming effect on fellows and a deterring effect on predators.

The starting-point of these thesis is how aggregating species with reduced springorgan protect theirselves against their enemies and if they developed similar structures like Onychiurus.

In the first place, there were catched a few species with a reduced furca, namely Xenylla humicola, Brachystomella parvula and Ceratophysella gibbosa. These collembolans were tested on the grade of aggregation. Thereafter it was checked if the collembolans react on the so called alarmfluid. This alarmfluid is the haemolymfe comming from picked collembolans.

The reaction of the predator (Pelecopsis memoralis) on the different species is observed.

With the electronmicroscope the collembolans are studied for ‘pseudocelli’-like structures in the cuticula. Gaschromatografic analyses are used to whether or not indicate an alarmpheromone.

Xenylla humicola, Brachystomella parvula and Ceratophysella gibbosa are considered to be aggregating species. The alarmfluid provokes, on the first sight, an alarming reaction from the Collembola, which is not sortspecific. With the electronmicroscope their were found ‘bold’ places along the body of the collembolans. The chromatografic analyses brings nothing special in, there is talk of simple woundsignalisation by the animals. However the predator is possible deterred by a chemical substance of the collembolan.


Go to the first, previous, next, last chapter, overview.